Waarheen, waarvoor

(een vervolgverhaal over een geheimzinnig zeilschip)

7 juli 2026

Rom Molemaker -zanger en Shanty bij Windstilte- heeft talloze boeken op zijn naam staan. Speciaal voor de volgers van deze site schrijft hij nu hier over Ramses. Veel plezier!

Deel 1

Op een dag heeft Ramses Potjewijd, kapitein van de veerboot Welumerstroom, varend tussen Haddok haven aan de wal en het eiland Welvum, er genoeg van. Elke dag vier keer hetzelfde stuk van drie kwartier van vertrek naar aankomst, en ook weer andersom, en dat al meer dan vijftien jaar is geestdodend, bijna slaapverwekkend. Ramses kan het grootste deel van het traject met zijn ogen dicht afleggen, geen probleem. Hij heeft dat ook wel eens gedaan, al is dat riskant. De kans bestaat dat hij dan echt in slaap valt, en dan zijn veerboot total loss knalt tegen de kadewand.
Hij staat in de stuurhut en kijkt mistroostig naar de passagiers op het dek. Het zijn er drie: Steef Dikke, een mager, schriel mannetje dat met zijn bestelbus volgeladen met rookwaar en alcoholhoudende dranken weer op weg is naar zijn winkeltje ‘Uw Genot’ op het eiland.
De vrachtwagenchauffeur Sip Hoofd brengt een lading hout naar Welvum. Het is bestemd voor een duurzaam bouwproject van aannemersbedrijf Tim Hamer (voor al uw houten klussen). Sip heeft het hout uit Zweden gehaald, en hij verheugt zich erg op de thuiskomst bij zijn vrouw Beppie, (meisjesnaam Stuk). Hij is meer dan een week weggeweest.
De derde passagier is Jacobien Mepstra, onderwijzeres op basisschool ‘Het Opstapje.’ (volgens veehouder Wobbe Vlaai, die drie keer is blijven zitten, ‘Het Opstapje Terug)
Drie kwartier varen voor drie mensen vindt Ramses op zich geen probleem, maar elke keer hetzelfde stuk wel. Als hij aan de toekomst denkt ziet hij een woestenij van verveling voor zich.
‘Helemaal klaar mee,’ zegt hij hardop. Hij grijpt het stuurwiel stevig beet, verlegt de koers negentig graden naar bakboord, zet koers naar de zeestraat tussen Welvum en het naastgelegen eiland Vomerum, en vaart dan recht zo die gaat de zee op, richting Beringstraat. Hij draait de deur van de stuurhut op slot en leunt achterover in zijn stuurstoel.
Met gesloten ogen droomt hij van onbekende kusten. Het avontuur roept.

Volgende keer: meer.